Ontleden
Ontleden is het redekundig of taalkundig benoemen van de onderdelen van een zin. Door zinnen te ontleden kun je ze beter begrijpen. Ook bij het leren van andere talen komt die kennis van pas.

Bij redekundig ontleden gaat het over de delen van de zin. Je geeft alle zinsdelen een redekundige naam, zoals onderwerp, lijdend voorwerp of werkwoordelijk gezegde. Van ieder zinsdeel benoem je zo de functie, of de "reden" waarom het in de zin staat. De zinsdelen benoem je door vragen te stellen aan de zinsdelen. Kort samengevat:
(1) Persoonsvorm: welk woord verandert, als je de zin in een andere tijd zet?
(2) Onderwerp: wie of wat + persoonsvorm?
(3) Naamwoordelijk (en anders werkwoordelijk) gezegde: is er een koppelwerkwoord met een naamwoordelijk deel dat iets over het onderwerp zegt?
(4) Lijdend voorwerp: wie of wat + gezegde + onderwerp?
(5) Meewerkend voorwerp: aan, voor of bij wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp?
(6) Bijwoordelijke bepaling: wat zegt iets over het gezegde en beantwoordt vragen als waar, wanneer, waarom, hoe of hoeveel.
(7) Voorzetselvoorwerp: maak van de zin een ja/nee-vraag en vraag waar + ja/nee-vraag + voorzetsel
(8) Bijvoeglijke bepalingen zijn onderdeel van andere zinsdelen en zeggen daar iets over.
Nuttige websites met uitleg over redekundig ontleden zijn die van: Digischool, Juf Melis en Onze Taal.

Bij taalkundig ontleden gaat het over de woorden van de zin. Je geeft per woord aan wat voor soort woord het is, zoals lidwoord, zelfstandig naamwoord of werkwoord. Je hoeft geen bepaalde volgorde aan te houden bij het benoemen van de woordsoorten. Nuttige websites met uitleg over taalkundig ontleden zijn die van: Digischool, Juf Melis en Onze Taal.